Zondag 10 augustus - Naar Eastbourne
10 augustus 2025 - Eastbourne, Verenigd Koninkrijk
Vanmorgen was er in de ontbijtruimte gedekt voor 18 personen. Die waren allemaal heel stil geweest want we hebben goed geslapen. Jan koos voor een “full English breakfast”, ik voor een kleinere versie.
We verlieten Winchester en reden naar het National Trust landgoed Hinton Ampner. We wandelden binnen langs de ruime ommuurde moestuin. Daar zou Lien haar hartje kunnen ophalen. We zochten een schaduwrijk pad op want de zon begon behoorlijk te branden. Het domein heeft een eigen kerkje waar de laatste eigenaar begraven ligt.
Het hoofdgebouw was oorspronkelijk een jachthuis met slechts vier kamers, maar is geleidelijk aan uitgebouwd tot een echte “manor”. Toen de oudste zoon van de eerste eigenaar in het bezit kwam van Hinton Ampnor, maakte hij in recordtijd zo goed als al het geld op. Hij overleefde zijn vader maar vier jaar. Zijn jongere broer zette alle zeilen bij om het huis te redden. Dankzij zijn doordachte, harde werk en zijn verstandshuwelijk met een gefortuneerde vrouw, was het landgoed gered.
De laatste eigenaar, Ralph Dutton, maakte er zijn levenswerk van om na een noodlottige brand in 1960 het huis in alle glorie te herstellen en het te vullen met kunstschatten. Zijn zussen hadden geen partner gevonden door het gebrek aan jonge mannen na de eerste wereldoorlog. Merkwaardig toch dat Ralph ondanks het overschot aan vrouwen zelf nooit trouwde.
Op de eerste verdieping neusden we in de non-fictie boeken van zijn hand over streken in Engeland en Frankrijk. Hij schreef op een heel onderhoudende manier. Een vrijwilligster die toezicht hield, zei dat ze heel veel informatie had gevonden in het boek van Ralph Dutton over zijn eigen streek.
Hij werkte in verschillende commissies van de National Trust en was van plan om het huis met inhoud en de bijhorende landerijen te schenken aan hen. De National Trust was helemaal niet geïnteresseerd in het huis. Ze wilden een aantal van de kunstschatten in andere huizen onderbrengen en de rest verkopen. Dat was uitzonderlijk pijnlijk voor Ralph Dutton. Na jaren onderhandelen zat er niets anders op dan zijn testament te wijzigen en te eisen dat zijn huis mét de volledige inhoud zou bewaard blijven.
Toen hij in 1985 op zijn 87ste overleed heeft de National Trust de inboedel ondergebracht in de kamers van de vroegere bedienden en het huis toch verhuurd. De huurder was een ware verschrikking. Hij organiseerde wilde feestjes waarbij wijnglazen werden leeggegoten tegen het mooie behangpapier. Elk weekend werd er vuurwerk afgeschoten zodat de pachters nadien hun opgeschrikt vee moesten gaan zoeken. Bovendien vond de huurder het fijn om wilde races te houden en over hun gewassen te rijden. Toen het geld opgesoupeerd was, verhuisde hij zelf naar een pachterswoning. Pas toen hij daar zijn huur niet betaalde, begon er bij de National Trust een lampje te branden. Veel te laat ontdekten ze de ravage die de man had aangericht. Bovendien had hij ook voor het grote landhuis al een hele tijd geen huur betaald. Een aantal van de kunstschatten is nooit meer teruggevonden. Wat gelukkig wel bewaard is gebleven, is het fantastische uitzicht over de vallei. Als Ralph vanachter een wolkje komt kijken, zal hij merken dat alles hetzelfde is gebleven, alleen zijn de bomen natuurlijk een heel stuk gegroeid.
We reden verder richting Eastbourne en hielden halt aan een mooi gelegen pub, The White Hart. Het was aangenaam zitten onder de rode parasolletjes met zicht op de rivier en een heel oude brug. Het duurde lang voor we iets te eten kregen, maar we hadden tijd.
Onze volgende stopplaats was een echte toeristische trekpleister, Birling Gap, waar je uitkijkt op The Seven Sisters, een prachtige groep krijtrotsen. Een lange sliert auto’s glinsterde voor ons in de zon nog een heel stuk voor we de parking hadden bereikt. Jan zette de auto aan de kant en we staken de file auto’s al wandelend voorbij. Bovenop de klippen waren enkele bussen met Chinezen losgelaten. De dames probeerden hun huid wit te houden onder hun parapluutjes of als ze die niet bij hadden onder truitjes. Net zoal zij hebben wij tientallen foto’s genomen. Ook al is het daar massatoerisme, het blijft adembenemend mooi.
Op een kwartiertje van Birling Gap bereikten we ons gezellig hotelletje. De kamer is klein, maar kraaknet en we hebben zicht op zee.
We wandelden langs de dijk, die een deel is van het kustpad, op zoek naar een hapje eten. De meeste statige gebouwen met zicht op zee zijn hotels en daar konden we niet terecht. Niet zover van de pier ligt The Crown and Anchor, waar er gelukkig plaats was. Op het terras zaten we naast een vrij luidruchtig Engels gezelschap. De leider van de bende was een man met golvend lang ros haar en baard, heel lichtblauwe ogen en een serieuze bierbuik. In zijn armen bomvol tatoeages hield hij een klein poedeltje vast. Dat was volgens mij zijn wapen om de dames rond zijn tafeltje te verleiden.
Het eten was verrassend lekker. We hebben allebei gesmuld, vooral omdat er (eindelijk!) veel groentjes bij waren.
Met een gevuld buikje wandelden we nog even op de pier en namen alvast afscheid van Engeland. Morgen varen we naar huis!
Het was heel fijn om jullie reacties te lezen op onze blog, een dikke thanxxx!

Welkom thuis❤️
Bedankt omdat we dankzij de mooie reisverhalen er toch een beetje bij waren.
Veilige terugreis.
Els en Hugo
Thanks