Woensdag 6 augustus - East Soar en Salcombe
6 augustus 2025 - Salcombe, Verenigd Koninkrijk
Vandaag was een zomerse dag aangekondigd. Ideaal wandelweer. Op een kwartiertje rijden van ons verblijf ligt de National Trust parking East Soar. Van daaruit wandelden we langs het kustpad en door de velden tot in onze favoriete tuin Overbeck’s. De zichten onderweg waren spectaculair. De woeste kust, de uitgestrekte velden die als een deken over de heuvels liggen, wondermooi! De plaatselijke boeren hebben de moderne technologie omarmd. Hun koeien zijn voorzien van een GPS-kraag. Zo blijven ze binnen een virtuele omheining. Als ze toch te ver stappen klinkt er een geluidssignaal dat zo goed als alle koeien tegenhoudt. Een durfal wordt tegengehouden door een lichte elektrische schok, veel minder sterk dan wat er op een omheining staat. We lazen dat op een bord want we hebben geen enkele koe gezien. Wel talloze zoemende insecten en heel veel kleine rosbruine vlindertjes die tussen de lage begroeiing druk fladderend naar voedsel zochten.
Bij de kiosk van Overbeck’s Garden kregen we een picknickmandje dat ons aan Roodkapje deed denken. Zo konden we in de mooie tuin zelf een bank uitzoeken om er te genieten van het uitzicht en tegelijk onze honger te stillen. We hebben toch nog even rondgewandeld en de planten bewonderd. Het is wat mij betreft een magische plaats.
We kozen voor een verkorte terugroute want we hebben onze bergschoenen niet bij. Op de vooravond van ons vertrek uit België hebben we ons een bult gezocht, maar ze hebben zich verschanst in één of andere kartonnen doos die we nog niet hebben uitgepakt na de renovatiewerken.
Na de stevige wandeling reden we naar het gezellige stadje Salcombe. Daar hebben we op ongeveer elk bankje gezeten, mijn voeten waren moe gestapt. Toch hebben we al een gedeeltelijk geslaagde jacht op souvenirtjes gedaan in de vele kleine winkeltjes.
Pas op het einde van de 18de eeuw kwamen de eerste toeristen naar Salcombe. Voordien leefden er alleen vissers en mensen die met ambachten, aan visvangst verbonden, hun brood konden verdienen. Nog vroeger was de plaats nauwelijks bewoond. Eerst waren de mensen te bang voor de woeste Noormannen. Nadien kwam in het holst van de nacht de bemanning van Noord-Afrikaanse schepen de huizen binnengedrongen om de mensen mee te slepen en in Algiers als slaven te verkopen.
In de smalle straatjes vol kleurige vlaggetjes en pubs, voorzien van hanging baskets vol bloemen, is van die woeste geschiedenis niets meer te merken, gelukkig.
We aten in het visrestaurant, Rockfish. Op de vierkante tafeltjes ligt een papieren placemat die heel het tafeltje bedekt en waar de visschotels op vermeld staan. Een vriendelijke dienster duidde dan met haar bic aan welke vis er die dag te verkrijgen was. Dat deed ze niet met een vinkje zoals ik had verwacht. Ze trok er een ovaal rond en werkte dat af met een vissenstaart. Zo een grappig detail brengt je meteen in een ontspannen sfeer. Het eten was heel lekker. De wandeling naar de auto was eigenlijk helemaal niet ver, maar ik ben aan het begin van de parking op een muurtje gaan zitten om me door Jan te laten oppikken. Lag dat aan het aantal stappen van vandaag of zat het glaasje wijn er toch voor iets tussen?
Tot morgen!

Alleen genieten